Op bovenstaande afbeelding is het rechter molengebouw de korenmolen en het linker molengebouw de oliemolen.

Rivieren en beken

In de omgeving van Budel en Maarheeze ontstaan door het regenwater bij de Belgische en Limburgse grens enkele stroompjes, die in elkaar overlopen en ten slotte twee laaglandbeken vormen. Deze beken komen bij het kasteel in Heeze samen en vormen daar de Kleine Dommel of Rul, die via Geldrop het stadsdeel Tongelre bereikt en daar ten noorden van het Eckartse Bos in de Dommel stroomt. Op de riviertjes stonden vroeger vijf watermolens. Die in Heugten op de Sterkselse AA en bij Heeze op de Kleine Dommel zijn verdwenen. De molen in Geldrop is opgenomen in het Weverijmuseum. De Collse en de Opwettense watermolens worden nog door vrijwillige molenaars in werking gesteld.

De Kleine Dommel vormde vroeger de grens tussen Tongelre en Nuenen. Die grens liep tussen de molengebouwen door. De korenmolen stond in Tongelre en de oliemolen in Nuenen. Bij een grenswijziging in 1972 is de grens verlegd naar de omloop, waardoor de molen nu helemaal op Eindhovens gebied staat. Die omloop is bedoeld voor de afvoer van het overtollige water. Al in 1545 werd door keizer Karel V bepaald, dat die omloop moest worden gegraven. In 1750 bleek die te zijn verzand, waardoor het water niet voldoende kon afvloeien. Later  werd de omloop daarom weer uitgraven.

De Pegel

Stroomopwaarts op korte afstand van de molen staat in de Kleine Dommel een zgn. pegel. Dit is een oude peil waarop de molenaar de hoogte van het water kan aflezen. Om te voorkomen dat de omgeving zou overstromen, mocht de molenaar sinds het jaar 1545 maar tot een bepaalde hoogte het water opstuwen. Er was een zomer- en een winterpeil. Tegenwoordig wordt de hoogte van het water voor een groot deel elektronisch geregeld door het Waterschap.  

Waterloop

De nummers bij de rode pijlen geven de locatie van onderstaande foto's aan. 

De vistrap bij de Collse Watermolen

In het kader van het project Natte Natuurparel Kleine Dommel van het Waterschap De Dommel zullen er in de directe omgeving van de Collse Watermolen een aantal werkzaamheden worden uitgevoerd om de natuurwaarden in het beekdal van de Kleine Dommel te versterken. Één van deze werken bij de watermolen zijn de aanleg van een vistrap bij de cultuurhistorisch waardevolle molenstuw, twee drempels en het herstel van de molenvijver. 

Voordat besloten is tot het maken van het ontwerp, dat gerealiseerd gaat worden, is veel voorstudie vooraf gegaan. Het is immers belangrijk een vistrap te ontwerpen die zo weinig mogelijk afbreuk doet aan de stuwrechten van de watermolen. Doel van de vistrap is het passeerbaar maken van de watermolen voor de doelsoorten bittervoorn, riviergrondel, bermpje, rivierprik en kleine modderkruiper en daarnaast algemener voorkomende soorten zoals baars, aal, snoek, blankvoorn en ruisvoorn. Van deze doelsoorten zijn de kleine modderkruiper, riviergrondel, bermpje en ruisvoorn minder goed zwemmende vissoorten. Daarmee zijn paaiplaatsen bereikbaar en wordt meer uitwisseling mogelijk tussen
populaties. Bij het passeerbaar maken moet rekening worden gehouden met de functie van de beek en zijn omgeving, en dat ter plaatse sprake is van een gestuurd peilbeheer ten behoeve van de watermolen met een vast molenpeil. Het watermolenbiotoop van de Urkhovense Zeggen moet immers behouden blijven, omdat deze hoge cultuurhistorische en natuurwaarden bevatten.

Ecologische, hydrologisch en educatieve uitgangspunten


De ecologische, hydrologische en educatieve uitgangspunten, van belang voor de afweging van alternatieven, zijn:
  • De bedrijfsvoering van de molen moet mogelijk blijven. Dit betekent voldoende hoge waterstanden op zaterdagen. Tevens mag de vispassage niet leiden tot hogere waterstanden ter plaatse van de watermolen.
  • De lokstroom, de vispassage moet goed vindbaar zijn voor vissen, moet voldoende zijn);
  • De vispassage mag geen verdrogende werking hebben op watermolenbiotoop;
  • De totale afvoercapaciteit van het watersysteem rond de watermolen moet gehandhaafd blijven;
  • In het deel van de beek benedenstrooms van de stuw moet voldoende doorstroming blijven;
  • De vispassage dient in de vismigratieperiode april tot en met juli goed te functioneren. Om de vispassage voor alle genoemde soorten passeerbaar te maken is de gemiddelde stroomsnelheid van 0,2-0,4 m/s de richtlijn. Het minimale debiet door de vispassage ten behoeve van de zuurstofhuishouding is 0,025 m3/s. De vispassage valt niet droog en is permanent watervoerend;
  • De vispassage dient voor publiek om educatieve overwegingen bereikbaar zijn.

Lokstroom

Of vissen een vistrap kunnen passeren hangt af van of ze de ingang goed kunnen vinden. Uit de verschillende aanwezige waterstromen, moet de vis juist die stroom vinden naar de vistrap toe. Vissen die bij de Collse Watermolen stroomopwaarts willen, hebben direct ten zuiden van de Collseweg de mogelijkheid om de molenvijver in te zwemmen naar de watermolen of via de beek naar de stuw. Op dit punt is het dus van belang dat er voldoende lokstroom naar de vispassage is. Hoe groter qua volume deze lokstoom is, des te groter is de kans dat de vis via deze lokstroom de vispassage weet te vinden.

Locatiespecifieke uitgangspunten

Vanwege het natuurlijke karakter van de omgeving van de Collse Watermolen is als uitgangspunt genomen dat de vispassage ook een natuurlijk karakter moet krijgen om daarmee tot een goede landschappelijke inpassing te komen.

Type vistrappen en uiteindelijke keuze.

  • Nevengeul. Een meanderende nevengeul zonder vistrappen met bekkens blijkt niet mogelijk te zijn, omdat het verval meer dan 1 meter is.
  • Bekkenvistrap. Ook de oplossing van een bekkenvistrap blijkt niet haalbaar. In dit geval zou de watermolen passeerbaar gemaakt worden met behulp van een bekkentrap in een nieuwe nevenloop. De bekkentrap bestaat als basisvorm uit een reeks passeerbare drempels waartussen bekkens liggen. De drempels kunnen bestaan uit stortsteen, V-vormig geplaatste schanskorven (met natuursteen gevulde gaaswerk matrassen) of V-vormige damwanden (beton, ijzer, hout). Ook met boomstammen kunnen drempels worden gecreëerd. De bijgaande afbeeldingen geven voorbeelden van dergelijke typen. Doorspoeling via de bestaande stuw is noodzakelijk om geen “dode” arm met stilstaand water te krijgen. Deze typen geven voor de watermolen echter teveel waterverlies.
  • ‘De Wit'-vispassage. Dit type vistrap van beton gaat bij de Collse Watermolen gebouwd worden. Deze geeft voor de Collse Watermolen het minste waterverlies. Per schot is de peilsprong maximaal 5 cm. Om de werking van de vispassage zichtbaar te maken wordt deze afgedekt met stalen looproosters. De gehele vistrap zit onder het maaiveld en landschappelijk niet opvallend.

Passend bij de historische stuw.

Bovenstrooms van de watermolen bevindt zich een stuw op het splitsingspunt van de Kleine Dommel en de molentocht naar
de watermolen. Deze stuw is in principe altijd gesloten om de waterstand bovenstrooms van de watermolen te reguleren. Bij hoogwaterafvoeren wordt de stuw gestreken om het water sneller af te kunnen voeren. Deze stuw zal ook in het kader van het project geautomatiseerd worden, met behoud van het cultuurhistorische uiterlijk.

Foto's

Tekening en Foto's: Willie Smits, Eindhoven ©
Voor de fotolocaties zie onderstande afbeelding.

In foto 1 is de uitgangssituatie van de uitloop van de molenkolk vóór de aanvang van de werkzaamheden weergegeven.
Op het slib is sprake van flinke rietvorming.
(1) De Kleine Dommel in het natuurgebied De Urkhovense Zeggen ©
(2) De sluizen om het water langs de molentak te dwingen ©
(3) Overloop in de molentak om overtollig water af te laten stromen ©
(4) De Collse Watermolen met de regelsluizen voor beide molens ©
(5) Waar molentak en Kleine Dommel weer samenvloeien ©

Onderhoud waterloop (Oktober 2009)

Foto's: Fer J. de Vries, Eindhoven
In 2009 werd de waterafvoer door slibvorming belemmerd.
Het probleem werd opgelost door op enkele plaatsen ( zie de kruisjes op het kaartje hierboven) te baggeren.
De blauwe graafmachine verzamelde het slib, de oranje machine deponeerde het in een vrachtauto.
Op deze foto  is het eigenlijke baggerwerk en de vorming van het tijdelijke depot in het water goed te zien.
Home


Click to contact teh webmasterCopyright © 2014. All rights reserved.Updated: Saturday, August 5, 2017